Voor het opbouwen van uw ouderdomspensioen, kunt u als DGA kiezen voor de volgende mogelijkheden:
- Pensioen opbouwen in eigen beheer.
- Pensioen opbouwen middels verzekeren.
- Pensioen opbouwen door het oprichten van een eigen pensioenlichaam.
Pensioen opbouwen in eigen beheer
U kunt als DGA pensioen opbouwen door jaarlijks een bedrag te reserveren op de balans van de onderneming. Deze vorm biedt
een fiscaal voordeel, aangezien de pensioenreservering ten laste van de winst mag worden gebracht. Daarnaast kan de
pensioenreservering als werkkapitaal gebruikt worden, wat de liquiditeit van de onderneming ten goede komt. Er is echter een
aantal risico's verbonden aan het opbouwen van pensioen in eigen beheer.
- Tegenvallende resultaten: op het moment dat de bedrijfsresultaten tegenvallen, loopt u het risico dat er na pensionering niet
voldoende vermogen aanwezig is om uw pensioen uit te betalen.
- Faillissement: bij faillissement kunt u zelfs uw volledige pensioen kwijt zijn. Dit is te voorkomen door een goed
geredigeerde pensioenbrief en een dekkingspolis met de juiste clausules.
- Overdracht buiten uw invloedsgebied: bij verkoop van het bedrijf of overdracht na uw pensionering, loopt u het risico dat
de nieuwe directie/eigenaar niet aan de pensioenverplichting zal blijven voldoen.
- Lang levenrisico: dit is het risico dat de pensioenspaarpot opraakt op het moment dat u langer leeft dan vooraf ingeschat.
Verzekeren
Bij deze vorm worden in de werkzame periode premies gestort in een (gemengde) kapitaalverzekering met pensioenclausule.
Met het gedurende de werkzame periode opgebouwde vermogen wordt bij pensionering een lijfrente aangekocht. Deze lijfrente
komt periodiek (maandelijks) tot uitkering en biedt u een ouderdomspensioen.
Binnen de kapitaalverzekering kunnen het overlijdensrisico en het arbeidsongeschiktheidsrisico ook worden afgedekt. U
kunt er echter ook voor kiezen om dit los van uw pensioen te gaan regelen. Het overzicht
'DGA pensioen in eigen beheer versus
verzekeren' laat u puntsgewijs de verschillen zien tussen pensioen opbouwen in eigen beheer en middels verzekeren.
Oprichten van een pensioenlichaam
Hiermee wordt bedoeld dat de DGA zijn pensioen opbouwt in een speciaal daarvoor bedoelde pensioen-B.V. of
pensioenstichting. Deze B.V. of stichting fungeert dan als het ware als een soort privéverzekeringsmaatschappij. Hierbij
moeten de richtlijnen gevolgd worden die gesteld zijn door het ministerie van Financiën. Sinds 1992 is bepaald dat zowel
de jaarwinst als de sterftewinst in geval van overlijden belast is voor de vennootschap. Door deze wijziging is de opbouw
van pensioen in een eigen pensioenlichaam fiscaal gezien onaantrekkelijk geworden.
Keuze tussen eigen beheer, verzekeren en pensioenlichaam
Hierboven zijn kort de verschillende mogelijkheden besproken. Welke vorm dient u als DGA nou te kiezen? Dit is uiteraard
afhankelijk van uw financiële situatie en wensen. In de meeste situaties geldt dat gekozen wordt voor het opbouwen van
pensioen via een verzekeringsmaatschappij. Deze vorm biedt voor de meeste DGA's de meeste zekerheid tot een goed pensioen
(incl. nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen) tegen een redelijk kostenplaatje. Er zijn echter ook situaties
denkbaar waarbij een van de overige vormen de meeste voordelen biedt. Laat u uitgebreid adviseren door de mensen van KMP.
|
U kunt voor uw oudedagsreserve ook sparen via het afsluiten van een lijfrenteverzekering of sparen op een lijfrente- of
beleggersrekening (banksparen). U spaart dan voor een bedrag waar u later een uitkering voor aankoopt. U kunt de premie voor
de lijfrente van de belasting aftrekken als u in een jaar te weinig pensioenopbouw heeft (de jaarruimte) of als u de
afgelopen jaren te weinig pensioenopbouw heeft gehad (de reserveringsruimte).
Voor de bepaling van de jaarruimte wordt eerst de premiegrondslag berekend. Dat is het inkomen verminderd met een bedrag van
€ 11.561,- (2010). 17% van de premiegrondslag minus 7,5 maal de jaarlijkse pensioenaangroei en minus de toevoeging aan de
reserve is de jaarruimte. De jaarruimte bedraagt in 2010 maximaal € 26.994,-.
Als u de voorgaande jaren geen gebruik heeft gemaakt van de jaarruimte, kunt u de niet benutte jaarruimtes binnen 7 jaar nog
inhalen via de reserveringsruimte. De reserveringsruimte is maximaal 17% van de pensioengrondslag en mag niet hoger zijn dan
€ 6.831,- (2010). Voor 55-plussers geldt het dubbele bedrag.
Naast de mogelijkheden voor lijfrentepremieaftrek die iedere belastingplichtige heeft, zijn er voor u als ondernemer speciale
mogelijkheden. U mag namelijk uw oudedagsreserve geheel of gedeeltelijk omzetten in een lijfrente. Staakt u de onderneming,
dan mag u de stakingswinst omzetten in een lijfrente. Daarvoor gelden echter wel maximale bedragen die afhangen van uw
leeftijd op het moment dat u met uw zaak stopt.
Heeft u gespaard voor een lijfrente? Dan moet u op een gegeven moment een lijfrente aankopen. Daarvoor gelden strikte regels.
U kunt kiezen uit de volgende lijfrentes:
- De oudedagslijfrente. Deze lijfrente is bedoeld als een levenslange ouderdomsvoorziening. De lijfrente kan ingaan wanneer
u maar wilt, zolang het maar voor uw 70e verjaardag is. De lijfrente mag alleen uitgekeerd worden aan degene die de premie
heeft betaald (en die van de belasting heeft afgetrokken).
- De nabestaandenlijfrente. Deze lijfrente is bedoeld voor de verzorging van nabestaanden. De lijfrente kan alleen ingaan
na uw overlijden (als u de premie heeft betaald) of bij het overlijden van uw partner. Als de lijfrente wordt uitgekeerd aan
uw kinderen, moet de uitkering eindigen bij hun overlijden of anders uiterlijk op hun 30e verjaardag.
- De tijdelijke oudedagslijfrente. Deze lijfrente zorgt ervoor dat u tijdelijk een hoger inkomen heeft. De uitkering gaat
in tussen uw 65e en 70e en duurt tenminste 5 jaar. Als u de premie heeft betaald en heeft afgetrokken van de belasting, mag
u alleen de uitkering krijgen. Voor de hoogte van de uitkering geldt een maximum.
|
Naast een pensioen- en/of lijfrentevoorziening is de levensloopregeling een zeer interessante mogelijkheid om uw
oudedagsreserve aan te vullen of uw pensioenleeftijd te vervroegen. Met de levensloopregeling kunt u jaarlijks maximaal 12%
van uw salaris sparen.
Bent u op 1 januari 2006 tussen de 51 en 55 jaar? Dan is uw jaarlijkse inleg niet gemaximeerd. Deze
inleg is belastingvrij want de fiscus komt pas innen op het moment van uitkering. Het extra salaris is bij de vennootschap
aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting. Het totale spaarbedrag is gemaximeerd op 210% van uw bruto jaarinkomen. Als er
sprake is van een pensioentekort, is het mogelijk om het levenslooptegoed toe te voegen aan uw pensioen, mits er fiscale
ruimte is.
|