U krijgt van het UWV de mogelijkheid om te onderzoeken of een eigen bedrijf iets voor u is. Tijdens de onderzoeksperiode hoeft u
niet te solliciteren en houdt u uw uitkering. Besluit u na de onderzoeksperiode dat een eigen bedrijf toch niets voor u is,
dan verandert er niets aan uw situatie. U ontvangt uw uitkering en heeft dezelfde rechten en plichten als voor de
onderzoeksperiode.
Besluit u na de onderzoeksperiode daadwerkelijk aan de slag te gaan als zelfstandig ondernemer, dan krijgt u als het goed
is inkomsten uit uw eigen bedrijf. Dat heeft gevolgen voor uw uitkering. Uw uitkering kan op 2 manieren worden aangepast:
1. U kunt kiezen voor minder uitkering. 2. U kunt er ook voor kiezen uw uitkering in een startperiode van 26 weken als voorschot
te behouden.
Komt u er na de startperiode achter dat uw onderneming niet levensvatbaar is en stopt u ermee, dan kan het UWV uw uitkering misschien
voortzetten. Of u weer een WW-uitkering krijgt is afhankelijk van hoe lang u recht had op WW en hoe lang u een eigen bedrijf
heeft gehad.
Lees alles over starten vanuit een uitkering in de brochure van het UWV:
'Kan ik met een uitkering voor mezelf beginnen?'.
|
Heeft u een Ziektewet- of arbeidsongeschiktheidsuitkering en wilt u voor uzelf beginnen, bespreek dit met uw contactpersoon
bij het UWV. U kunt bijvoorbeeld afspreken dat u tijdens de voorbereiding niet hoeft te solliciteren. Krijgt u een baan
aangeboden, dan bekijkt u samen wat het beste is: de baan aannemen of doorgaan met de voorbereidingen voor uw eigen bedrijf.
Bent u goed op weg met het opzetten van uw bedrijf, dan mag u daar waarschijnlijk mee doorgaan.
Besluit u na de
onderzoeksperiode met uw eigen bedrijf te beginnen, dan krijgt u als het goed is inkomsten uit uw eigen bedrijf. Dat heeft
gevolgen voor de hoogte van uw uitkering. Uw inkomsten als zelfstandige worden verrekend met uw uitkering. Als u winst
gaat maken kijkt het UWV of de uitkering aangepast moet worden.
UWV kan u met een aantal dingen ondersteunen:
- een voorbereidings- en starterskrediet, als u nog niet gestart bent met uw eigen bedrijf;
- een vergoeding voor begeleiding bij uw werk als zelfstandige;
- een vergoeding van voorzieningen op en rond uw werkplek;
- een vergoeding voor vervoer van uw woonadres naar uw onderneming en terug;
- een aanvulling op uw inkomen gedurende maximaal de eerste 4 jaar van uw ondernemerschap.
U kunt een of meer van de genoemde vergoedingen aanvragen als uw ziekte of handicap waarschijnlijk langer dan een jaar gaat
duren en u de voorziening nodig heeft voor het verrichten van uw werk.
Heeft u een WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering en verdient u als zelfstandige nog niet wat u volgens de arbeidsdeskundige van het
UWV kunt verdienen, dan kunt u een aanvulling op uw inkomen krijgen. Dit heet inkomenssuppletie.
Lees alles over starten vanuit een uitkering in de brochure van het UWV:
'Kan ik met een uitkering voor mezelf beginnen?'.
|
Heeft u een bijstandsuitkering en wilt u aan de slag als zelfstandig ondernemer, dan kan uw gemeente u mogelijk ondersteunen
bij het opstarten van uw eigen bedrijf. Bijvoorbeeld met een lening of voorbereidingskrediet. Met zo'n krediet kunt u uw
investerings- en voorbereidingskosten betalen. Verder kunt u bij de gemeente een starterskrediet aanvragen. Zodra u begint
met uw bedrijf, wordt het krediet omgezet in een lening (met rente) die u moet terugbetalen.
Voordat u krediet krijgt, bekijkt de gemeente eerst of een eigen bedrijf de beste mogelijkheid voor u is om weer aan het
werk te gaan. Als een baan bij een werkgever beter bij u past, krijgt u geen krediet voor een eigen bedrijf. Soms kunt u uw
bijstandsuitkering houden als u voor uzelf begint. Is dat niet het geval, dan kunt u mogelijk tijdelijk een lening van de
gemeente krijgen.
|